Pagina's

zaterdag 23 november 2013

5. Studeren

Terwijl ik vanaf halverwege de zomer druk aan het dromen was geslagen over mijn verre toekomst, werd ik begin september grof gewekt. ‘Tuut, tuut, tuut. Wakker worden. Het academische jaar begint. Je bent nog steeds een ongediplomeerde bachelorstudent. Hier is je leeslijst; ga maar printen. Ik verwacht je goed voorbereid dinsdag stipt om elf uur in de collegezaal.’
Dikke vette :(. Ik had, anders dan voorgaande jaren, totaal geen zin om te beginnen. Maar waarom ik geen zin had wist ik niet precies. Ik was er wel zo'n beetje klaar mee, dacht ik. Afgelopen drie jaar had ik meer dan nominaal gestudeerd (ik had inmiddels 190 van de 180 studiepunten van de bachelor gehaald). Door een overvolle planning, die gepaard was gegaan met een verlammende oververmoeidheid, had ik twaalf luttele punten niet gehaald. Twee verplichte vakken lagen begin van het jaar afgekoeld voor me op m’n bordje. Zoals de spruitjes die je de avond ervoor niet hebt opgegeten en die je ouders je de volgende ochtend bij het ontbijt opnieuw voorschotelen. Zo voelde de twee vakken. Niet eerlijk! Helemaal omdat m’n vriendinnen wel een boterham met hagelslag als ontbijt mochten; de meesten begonnen aan een nieuwe spannende master.
Tijdens familie etentjes hoorde ik mijzelf mopperen over mijn studie. Helemaal niks voor mij, maar als ik studeren niet meer leuk vond, moest ik het vooral niet meer doen dunkte me. Vier jaar studeren is ook eigenlijk best veel. Genoeg in ieder geval, leek me zo. De master wordt bovendien niet vergoed. Zelfs de regering was het met me eens, een bachelor is meer dan genoeg. Ga maar werken jij.
Pas de avond voor het eerste college merkte ik wat er eigenlijk aan de hand was. Ik was niet zozeer jaloers op mijn vriendinnen die nu een master volgden; ik was bang dat ik ze zou missen! Ze zouden namelijk niet meer naast me zitten in de collegebanken en samen met mij discussiëren over de behandelde stof. In de collegezaal zouden tweede- en derdejaars studenten zitten. Mensen die ik alleen kende van de activiteiten van de studievereniging (lees: met een biertje in de hand). Niet bepaald een studie-stimulerend beeld. 
Een vooroordeel natuurlijk, want hoe kon ik nou weten wat voor studenten deze partypeople waren. Al in de eerste werkgroep bleken ze net zo gedreven, slimme en aardige te zijn als ik bij mijn vriendinnen was gewend. Ik had bevlogen werkgroepen en gezellige én productieve samenwerkingsverbanden.
Ook de weerzin tegen het studeren verdween in het eerste college als sneeuw voor de zon. Wat een gemotiveerde studieomgeving al niet kan doen. Ironisch genoeg, in het kader van de zoektocht naar aansluiting tussen opleiding en baan, volgde ik het vak ‘Onderwijs, Stratificatie en Levenslopen’. Aanvankelijk verwachtte ik saaie statistieken die laten zien dat hoogopgeleide mensen alle geluk van de wereld hebben en dat voor laagopgeleide mensen alles tegen zit. Het grove sociologische verhaal.
In de verste verte leek het vak er misschien op, maar er bleek veel meer mens in de statistieken en onderzoeken te zitten dan ik had verwacht. En diversiteit, ruimte voor menselijke keuzes (agency) en nuance en en en… Je begrijpt het al, ik was weer helemaal geboeid door de sociologie. Spruitjes voor ontbijt zijn zo slecht nog niet, als er een dikke laag warme appelmoes overheen ligt.
Na een paar weken begon de drang om zelf onderzoek te doen weer te borrelen. Al zou ik alleen maar een heel klein mini-antwoordje kunnen geven die bijdroeg aan een verheldering van de complexiteit van de samenleving. De weg van de master en zelfs een vervolg carrière in de wetenschap werd weer ont-doorgestreept. Bon. Terug bij af dus. In plaats van een meer gerichte beroepskeuze werd het spectrum aan mogelijkheden weer groter.




2 opmerkingen:

  1. "Zoals de spruitjes die je de avond ervoor niet hebt opgegeten en die je ouders je de volgende ochtend bij het ontbijt opnieuw voorschotelen."
    Waren jouw ouders zo wreed? :P
    PS dat ont-doorstrepen is mij ook al vaak overkomen. Van dat 'richting geven' is niet veel gekomen. Aan de andere kant, meer openheid = meer kansen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Nee mijn ouders niet, mijn groot ouders wel ;)

    BeantwoordenVerwijderen