Pagina's

zaterdag 11 januari 2014

11. Moedertje spelen als emancipatieactie én anticonceptiemiddel

Vorig jaar heb ik een burn-out gehad. Hierdoor kon ik niet fulltime studeren en ook het aantal en de intensiviteit van de sociale activiteiten moest ik terug schroeven. Nu, een jaar later, merk ik dat ik weer steeds meer kan ondernemen. Toen het academisch jaar begon moest ik wel weer even wennen, maar tot mijn blije verrassing merkte ik dat ik weer dagen van acht uur actief werken/studeren kon maken en zelfs nog zin had om daarna naar een borrel te gaan.
Ik moest mezelf wel in de gaten blijven houden en ervoor zorgen dat ik niet weer als een kip zonder kop mijn hele agenda vol zou plannen. Old habits die hard. Om mezelf te dwingen om op een rustig tempo te blijven leven had ik bedacht dat het goed zou zijn om als werk op kleine kinderen te gaan passen. Het tempo van kleine kinderen ligt namelijk lager dan van volwassenen (lees: alles duurt vier keer zo lang). Perfect dus. Geld verdienen met langzaam leven.
Afgelopen week raakte ik in gesprek met mijn buurjongen. Hij is afgestudeerd econometrist en doet iets met financiën (jep, actuaris ís een slecht begrepen beroep). Ik zie hem altijd in pak de deur uit gaan, terwijl ik meestal oude kleren aantrek naar mijn werk: ik word toch wel vies van de modder, het koekjesdeeg of de vingerverf. Ik hoorde mezelf tegen m'n buurjongen zeggen: “Maar ik doe ook niet zo verantwoordelijk werk als jij.”
HUH? Op mensenlevens passen niet verantwoordelijk? Fout. Juist ultra verantwoordelijk. Maar waarom had ik dan het gevoel dat mijn baan minder waard was dan de zijne? Status. Een grote fout vind ik en daarom wil ik even haarfijn uitleggen waarom oppassen een fantastische baan is en meer aanzien verdient onder studenten.
Ten eerste vind ik als tweede generatie feminist (het zit er toch een beetje in) dat ook moeders moeten kunnen werken en niet, omdat ze kinderen krijgen, aan huis geketend moeten worden. Door op de kinderen van een geëmancipeerde moeder te passen, maak ik haar werk mogelijk. Doordat ik student ben en mijn tijd primair besteed aan studeren, heb ik de ruimte om de studeertijd zelf in te delen. Aangezien de meeste banen van moeders afhankelijk zijn van de gebruikelijke Nederlandse 9-tot-5 arbeidscultuur, zijn zij minder flexibel in hun werkuren. Kortom: ik pas overdag op en studeer 's avonds en zij werkt overdag en is 's avonds bij haar kinderen. Alle vrouwen en kinderen gelukkig.
Ten tweede is het als socioloog, zeker als gelover in het constructivisme (zoek maar op in de encyclopedie), oneindig interessant te zien hoe die kleine kinderen de wereld letterlijk ontdekken. De oppaskindjes van één kijken de hele dag uit hun ogen alsof alles nieuw is, schrikken van onverwachte gebeurtenissen en willen alles aanraken en in hun mond stoppen om te ontdekken wat het is. Als ze een of twee jaar ouder zijn kunnen ze beter praten en overal een verbale uitleg voor vragen. “Wat is dat?” En natuurlijk het onuitstaanbare edoch zeer begrijpelijke “Waarooooom?” Je ziet en hoort gewoon hoe het menselijk begrip gevormd wordt en hoe je daar zelf ook aan bijdraagt door antwoord te geven op die vragen, tot en met het verzuchtte “gewoon, daarom.”
De derde reden waarom het voor veel studenten is aan te raden om op te passen is omdat het een perfect anticonceptiemiddel is. In ieder geval psychologisch. Zoals u misschien nog wel weet, beschreef ik in mijn eerste blog dat 'moeder worden' de Pavlov-reactie was op de vraag wat ik over vijf jaar wilde worden. Dit vreemde levensdoel begon in de weken erna opmerkelijke vormen aan te nemen. Eerst was het een random opmerking, maar later dacht ik steeds vaker: “Ja waarom ook niet. Ik ben jong, heb een leuke vent en kinderen komen bovendien altijd ongelegen.”
Een vriendin vertelde mij al dat ze geplaagd werd door dezelfde gedachten tot ze een oplossing vond: “Ik had gewoon een oppaskindje nodig. Toen ik die had zag ik weer hoe fijn studeren is, zonder kinderen en de verplichtingen die daar allemaal aan kleven.” Zo werkte het voor haar en zo werkte het voor mij ook ontdekte ik. Eenmaal voorzien van twee oppasgezinnen dacht ik in de supermarkt bij het zien van een peuter niet langer “Aaaaah, dat wil ik ook, en wel nu”, maar “Stil kind, ik ben vrij en ik wens een kinderloze omgeving.” Met daarmee weer ruimte om na te denken over wat ik, afgezien van moeder, later wil worden.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten