Pagina's

zondag 2 februari 2014

14. Mensen met mogelijkheden

De bijeenkomst waar ik iets over moest schrijven was op een woensdagmiddag, een half uur na mijn college. Het werd gehouden in Het Spoorwegmuseum. Een nogal merkwaardige locatie voor zo'n businessbijeenkomst vond ik, maar eenmaal binnen begreep ik de keuze. Het was een prachtige, grote zaal waar een bijna nog grotere trein in stond. Voorin de zaal stond een podium met daar achter het blauwe vertrektijdenbord dat ze tot mijn smart van Utrecht Centraal hebben weggehaald.
De zaal was gevuld met mensen in pak. Aangezien ik mijn studentikoze spijkerbroek met sweater aanhad, dook ik snel de wc in om een zwart overhemd aan te trekken dat ik goddank die ochtend in mijn tas had gepropt. Al snel vond ik mijn opdrachtgever Bert. Hij gaf mij koffie en vertelde nogmaals wat hij van het stuk wilde. De middag zou gaan over de wetsverandering van de Wajong naar de participatiewetgeving. Behalve dat Wajongeren (arbeidsongeschikte jongeren, deels of geheel) nu op één hoop gegooid werden met alle andere werklozen, impliceerde de wetsverandering ook een decentralisatie van het UWV naar de gemeente. Ik had een zeer vaag idee waar het over ging, maar dacht dat ik er na drie jaar sociologie wel uit zou komen. Sociologie is immers een soort maatschappijleer voor gevorderden.
Eén ding stond voorop: Bert wilde geen cynisch verslag. Daar hadden ze in het verleden slechte ervaringen mee gehad. Hij wilde een gezellig en fris verslag van hoe ik de middag ervaren had, in de stijl van mijn blog. Toen ik in de aanloop naar de middag tegen vrienden zei dat ik niet cynisch mocht schrijven, moesten ze erg hard lachen. Ik ben namelijk goed bekend met cynisme. Maar goed, ik kon het in ieder geval proberen. Bovendien vond hij mijn blog leuk dus er was sowieso hoop. 

De zaal stond vol met ronde tafeltjes waar het publiek aan ging zitten. Ik ging vrij dicht bij het podium zitten en maakte een praatje met de grijze mannen om mij heen. Allemaal zagen ze niet veel in de geplande verandering. Op tafel lagen kaartjes waar je je vragen (lees: bezwaren) op kon schrijven en kaartjes met de stadia van weerstand: afhaken, woede/frustratie, spanning/kramp en, als laatste, uitdaging. Dit beloofde wat.
De middag werd geopend met een speech van een oud-politicus. Boodschap: “Gooi de handdoek niet gelijk in de ring! Het kan omdat het moet en het moet omdat het kan.” En nog wat van dat soort oneliners. Vervolgens kwam er – ik maak geen grap – een mental coach die 'ons allemaal kwam aanmoedigen' en beloofde dat als hij iemand in de zaal zag die te veel fronste hij erop af zou stappen en er wat aan zou doen. Kom op mensen!
Als ik cynisch had mogen zijn was dit ongeveer wat ik geschreven had, maar omdat ik niet cynisch mocht zijn liet ik me meeslepen met het circus. Ik begreep geen bal van waar het inmiddels aangetreden panel van zes betrokken partijen op het podium het over had. Sociale zekerheid, Wajongeren, 'werkgevers moeten het gaan doen', en 'meer weten wij ook nog niet ondanks dat de deadline van de verandering nabij is'. Er stapte nog vrij onverwachts een blinde dame op het podium die de microfoon uit de handen van de mental coach griste en een open sollicitatie deed bij alle aanwezige werkgevers die, in de buurt van Den Bosch, werk voor haar zouden kunnen hebben in 'de groene sector'.
Na een vraag-en-antwoord uur met het panel was het officiële gedeelte afgelopen. Er was drank en ik stapte rond tussen de borrelende pakken om te vragen wat ze ervan gevonden hadden. “Alles wat we ervan verwacht hadden. Het UWV laat niks los en de gemeente is totaal onvoorbereid.” Ik was licht verbaasd, maar wat bleek: de man waarvan ik had gedacht dat hij een schoonmaakbedrijf had, bleek van de gemeente te zijn. Een honest mistake.
Pas pratende met de borrelende pakken begon ik langzaam te begrijpen dat ik van de hele middag geen snars had begrepen. Ook ontdekte ik dat het waanzinnig leuk was om vol nieuwsgierigheid en zonder gêne op de onbekenden af te stappen en ze de drie delen van het lijf te vragen. Ik sprak nog even met de blinde dame die het podium opgeklommen was. Ze merkte al snel op dat ik 'zeker een journalist was' want, zo zei ze letterlijk: “Ik heb mijn ogen niet in mijn zak zitten.” Een dame met lef én humor. Ze vertelde me bovendien dat ze zo'n min of meer wanhopige poging tot sollicitatie moest doen, omdat de hulpinstantie die haar aan werk zou moeten helpen, niet zoveel mogelijkheden zag als zijzelf. Geen wonder dat de halve zaal een hard hoofd had in de bureaucratische verandering die voor de boeg stond.

Thuis werkte ik een avond, een nacht en een ochtend aan het verslag. In mijn hoofd gonsde: niet cynisch, niet cynisch, niet cynisch. Hoe dan? Hoe kon ik met mijn aangeboren cynisme een niet cynische gevoelsimpressie geven van een middag waar iedereen, behalve de mensen van de organisatie, cynisch was geweest? 
Op tijd, dat wel, leverde ik het stukje in. Ik kreeg terug: “Sterre. Goed verhaal…..wil ik niets aan veranderen…wel een paar opmerkingen in het rood. gr.bert.” Wat bedoelde hij met al die puntjes?! Was het nou een goed verhaal of niet? Ik had het artikel ondertussen ook naar mijn moeder gestuurd voor wat eindredactie. Zij vond het een waardeloos stuk en was in de drie kwartier die ze had niet verder gekomen met redigeren dan de helft van het artikel. Na vijf mailtjes heen en weer met Bert, kreeg ik de bevestiging dat het artikel op de site was gezet. Het geld stond de volgende dag op mijn rekening. Dat journalistiek vragen stellen vond ik leuk, maar het schrijven onder druk, dat moest ik nog beter onder de knie krijgen. 



1 opmerking:

  1. heerlijk, sterre! en soms niet naar je moeder luisteren he;)

    BeantwoordenVerwijderen