Pagina's

zaterdag 1 maart 2014

18. Mijn schizofrene vriendin/baas

Terwijl ik dit jaar laagdrempelige bijbaantjes had (oppassen en enquêteren), timmerde mijn vriendinnen stevig aan hun eigen weg naar succes. Christina was coördinerend stagiair bij het onderzoek waar ik als veldwerker werkte, Fleur was de studentenraad ingegaan, Anne was hoofdredacteur bij het studieblad geworden en samen met Denise werkte ze als studentassistent bij een hoogleraar, waar Tamar ook een baantje had bemachtigd als assistent-onderzoeker. Daarnaast was Tamar natuurlijk eindredacteur bij de radio, ambassadeur bij een opleiding voor jonge ondernemers en vrijwilliger bij maar liefst twee festivals.

Gek genoeg hadden mijn mannelijke vrienden geen studiegerelateerde bijbanen. Of dat komt omdat ik niet zoveel mannelijke vrienden heb of omdat ze er minder opscheppen over hun baantjes of omdat ze die banen echt niet hebben weet ik niet. Volgens mij zitten ze in de feestcommissie, werken ze in de horeca en toeristenbranche of zijn ze privéchauffeur. Hoewel één vriend, die economie studeert, verdient zijn geld met het handelen in aandelen. Maar dat tel ik niet mee als bijbaan of CV bouwen, dat is gewoon slim en lucratief (als je het kan).



De vooruitstrevende ijver van mijn vriendinnen zorgde ervoor dat ik op drie plekken 'ondergeschikt' was aan mijn vriendinnen: bij het studentenblad deelde Anne de lakens uit, bij de enquêtewerk Chris en bij de radio min of meer Tamar. Deze verhoudingen zorgde voor gekke situaties en rituelen. Ik moest hun orders uitvoeren. En orders opvoeren is niet mijn sterkste kant. Ik ben nogal van het zelf nadenken. Als ik dan toch niet mag nadenken, helpt het als daar wat niveauverschil tussen mijn opdrachtgever en mij zit. Een docent, een eigenaar, een hoofdonderzoeker.

Maar met vriendin is dat een ander verhaal. Enerzijds wist ik al de worstelingen in hun bijbaantjes, anderzijds was ik onderdeel van het bedrijf waarvoor ze werkten. De scheve verhouding had met Tamar al wat frictie veroorzaakt, maar gaandeweg ontwikkelde we langzaam een meer gelijkwaardige routine. Met Chris hielden we werk en privé gescheiden door locatie specifieke functies: als we thee dronken bij een van ons thuis, praatten we (over werk) als vriendinnen en als we op het werk waren, gedroegen we ons als collega's. Chris hield zich er strikt aan. Ik kreeg op haar kantoortje niks los over haar dates.

Met Anne moest ik een andere manier van omgaan uitvinden. Alles aan het studentenblad werd sowieso al informeel geregeld. Vergaderingen werden in de kroeg gehouden en alle artikelen werden via de e-mail gedaan. Er was geen specifiek werk of vriendinnen geboden plek.

Aangezien ik de baan van haar wilde overnemen na een half jaar, werd de verhouding nog gekker. Ik wilde een goede kandidaat zijn, mijn ideeën laten horen en daarmee een vanzelfsprekende opvolger worden. Tegelijkertijd had Anne zelf nog tijd en ruimte nodig om haar eigen draai te vinden in het hoofdredacteurschap. Als ik een tip gaf, leek het voor haar op commentaar terwijl ze nog midden in het proces was, irritant dus. Ze wilde dingen op haar manier, het liefst zonder mij tegen de schenen te schoppen. 
 Vorig jaar heb ikzelf een commissie voorgezeten waarin onder andere vriendinnen van me zaten. Anne had me dat jaar zien worstelen met de rollen voorzitter en vriendin. Op haar manier probeerde Anne om te gaan met de nieuwe verhoudingen.

Zo gebeurde het dat Anne dat een artikelvoorstel van mij niet vond passen in hoe zij de editie van het blad voor ogen had. Iemand anders had een soortgelijk voorstel opgestuurd en Anne had toegezegd dat hij het artikel mocht schrijven. Maar hoe vertel je dat?

Ze belde me een week na de vergadering verward op. 'De communicatie was een beetje fout gegaan. Die andere knul was eerder en ik had hem al toegezegd toen jij met je voorstel kwam.' Ik: 'Geen probleem hoor. You're the boss. Maar An, waarom heb je dat niet eerder gezegd. Bijvoorbeeld tijdens de vergadering of toen we gisteravond spelletjesavond hadden?' 'Omdat ik op spelletjesavond niet hoofdredacteur ben, maar vriendin.' 'Ah, op die fiets. In dat geval: als redacteur vind ik deze actie vrij matig. Die knul zit helemaal niet in de redactie! Als redacteur zal ik mopperend aan de slag gaan met een nieuw idee bedenken. Als vriendin snap ik dat het allemaal een beetje uitvinden is hoe het werkt. Het lijkt me ook best lastig zo zonder witboek. Toch aardig opgelost ;).'



Vanaf dat telefoontje spraken Anne en ik met elkaar in twee aanspreekvormen: 'als vriendin' of 'als (hoofd)redacteur'. Als vriendin klaagde ze tegen me over het werk van andere redacteuren, stukken die niet op tijd waren, docenten die niet terug mailde. Als redacteur mailde ze me met herinneringen aan deadlines. Als redacteur belde ik voor contactgegevens, als vriendin vroeg ik haar het hemd van het lijf over de samenwerking met de chef-redacteur. Als hoofdredacteur beoordeelde zij me als kandidaat vervangend hoofdredacteur, als vriendin hoopte ze dat ik het zou worden. Maar daarover een andere keer. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten