Pagina's

zondag 13 april 2014

22. Solliciteren is als een wedstrijd. Hier het verslag

Solliciteren voor een baan die je echt wil hebben lijkt een beetje op een wedstrijd. Aangezien ikzelf roei, een roeiwedstrijd. In de weken voor de wedstrijd bereid je je met trainingen voor en trotseer je tegenslagen en tekortkomingen. Het materiaal laat te wensen over, je ploeg heeft blessures en/of persoonlijk drama, de trainingen gaan niet altijd naar wens, het weer zit tegen, je worstelt met je techniek en oefent tot frustratie aan toe op de perfecte haal, soms is er een coach, soms was die tevreden en als je klein bent (zoals ik) zul je dat altijd blijven. Toch probeer je alles uit de trainingen te halen wat erin zit, zodat je het beste voorbereid bent om op moment suprême er helemaal voor te gaan, er alles uit te halen, je concurrentie te verslaan en als eerste over de finish te komen. Als het lukt, ging het als vanzelf. Lukt het niet, heb je altijd nog je tegenslagen en tekortkomingen om de pijn te verzachten.

Na het telefoontjemet de hoofdredacteur van het universiteitsblad werd ik vrijwel onmiddellijk uitgenodigd voor het sollicitatiegesprek. Stap één was in de pocket. Naast het gewoon 'elkaar leren kennen' werd ik geacht in het gesprek een soort pitch te geven. Een presentatie van een paar minuten waarin ik moest vertellen wat ik wilde doen in het bedrijf.
Goed, een pitch over mijn beoogd leerlingschap. Lees: in een paar minuten een aantrekkelijk verhaal vertellen waarin ik mezelf tot droom-kandidaat voor het positie zou maken door precies te zeggen op wat zij wilde horen, zonder dat ze mij zouden vertellen wat ze daadwerkelijk van een leerling-redacteur verwachtten. Die pitch zou dus gruwelijk mislukken als ik daadwerkelijk zou gaan vertellen wat ik van plan was te gaan doen bij hun bedrijf. Dat was namelijk gewoon leren, journalistiek leren, bekijken en ervaren of deze professie inderdaad perfect voor mij is. Ik kon zelfs niet slijmen door te zeggen dat ik het bedrijf, het blad en de website door en door kende. Ik had het blad nog nooit helemaal van kaft tot kaft gelezen, ik had nog nooit van hun radioprogramma gehoord, laat staan het geluisterd en de website stond ook niet bepaald onder mijn favorieten. Ik had het blad heus wel eens gelezen, maar ik was nou niet bepaald een van hun trouwste fans te noemen. Werk aan de winkel dus.
Gelukkig was er een zeer uitgebreide website, waarop onder andere een jaarverslag waarin ook leerling-redacteuren aan het woord kwamen. Daarnaast was er een soort promotie filmpje waarin ze het reilen en zeilen van het bedrijf uitlegde. Bovendien had ik het voordeel dat ik voordat ik mijn sollicitatiebrief had gestuurd al met de hoofdredacteur had gebeld voor tekst en uitleg te vragen over de vacature. Hierdoor wist ik dat ze vooral opzoek waren naar iemand voor hun wekelijkse radioprogramma en opzoek waren naar meer interdisciplinariteit. Via de website maar dat ik als leerling-redacteur waarschijnlijk ook een paar stukjes mocht schrijven. Zou dit genoeg zijn om de concurrentie mee te verslaan?

Ik was keurig op tijd voor het gesprek en werd in de ontvangsthal opgehaald door de hoofdredacteur. Een magere man die eruit zag alsof hij vooral werkte en vooral niet sliep of at haalde me op. Hij bleek heel aardig en in de lift klikte het gelijk. De redactie was gezeteld in een dependance van de universiteit en besloeg bijna een hele verdieping, twee grote redactie kamers en een aantal kleine kamertjes waar je telefonisch kon interviewen of sollicitatie gesprekken kon afnemen.
Aan tafel zaten behalve de hoofdredacteur ook een even magere chef-redacteur, een Maarten van Rossum achtige zakelijk directeur, een stille webredacteur en een ouderwetse Jordaanse secretaresse over wie gezegd werd dat zonder haar er niks gebeurde in het bedrijf. Kortom een gemengd en vooral imponerende groep. Ik heb als voordeel dat ik nogal zelfverzekerd over kan komen en zodoende waren ze redelijk tevreden over mijn pitch die ik uiteraard had geconcentreerd had op de radio programma en het interdisciplinair aspect van.. ja alles eigenlijk. Ze benadrukten dat ik ook wel stukjes zou moeten schrijven, en ik benadrukte dat ik dat natuurlijk te gek zou vinden.
Tevreden kon ik de aanwezigen een hand schudden na afloop. Terloops kwam ik erachter dat er nog vier andere kandidaten waren. Aangezien ze twee leerling-redacteuren wilde aannemen, had ik in ieder geval statistisch een aardige kans.
De volgende dag al werd ik door de van Rossum opgebeld met de mededeling 'dat ze wel met mij in zee wilde'. Scooooooore!  Hoewel het contra intuïtief klonk dat deze man ergens enthousiast over was, van Rossum schijnt daar een blinde vlek voor te hebben en ik had dat onbewust bij deze man eveneens verwacht. Hoe dan ook, ik was aangenomen. Ongelofelijk. Ik zou BETAALD WORDEN om JOURNALISTE TE SPELEN! Drie dagen in de week, vanaf januari. Ik had gewoon een baan! Dit was beter dan een bijbaantje, dit was beter dan een stage, dit was beter dan een zo nu en dan een stukje mogen schrijven, dit was beter dan bloggen, dit was beter dan studeren. Dit was (en zou worden) legen... wait for it... dary! Legendary.


 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten