Pagina's

vrijdag 2 mei 2014

25. De eerste week als arbeider

Feestdagen overleefd, jaarwisseling gehad, de eerste week van januari ongeduldig uitgezeten want zes januari was het zover: ik mocht beginnen als leerling-redacteur bij het universiteitsblad. Yeeha! Het was me gelukt. Ik had alle stageplekken achter me gelaten en ik zou fucking betaald krijgen om stukjes – nee artikelen te schrijven. Ik was zo trots als een pauw en tegelijkertijd stik zenuwachtig. Wat kon ik verwachten? Wat moest ik doen als ik zo meteen om negen uur op kantoor zou staan? Wat moest ik aantrekken? Kon ik niet alvast wat voorbereiden?
Nee, ik moest wachten tot zes januari negen uur. Ik kon een nieuwe outfit kopen met het geld dat eigenlijk bedoeld was om mijn zorgverzekering te betalen. Ik kon de handleiding van de rubrieken die ik zou gaan doen alvast lezen. Maar ik moest echt wachten tot zes januari negen uur voor ik kon beginnen.

Toen het eindelijk zover was, en ik had ontdekt dat het niet een half uur maar twintig minuten fietsen was, was het nog verdacht rustig op de redactie. De secretaresse, hoofdredacteur en zakelijk leider waren er.
Eerst ben ik een uur bezig geweest met inloggen op de computer. Vervolgens was er redactievergadering en na de redactievergadering ben ik een paar uur bezig geweest met het inloggen op mijn werktelefoon, het universiteitsinternet erop aan de praat krijgen en mijn werkmail lezen.
Ik had tevens een opdracht gekregen voor het aankomende nummer: zoek tien fotografen van de fotowedstrijd van het universitair sportcentrum. Hier is het nummer van de man van het sportcentrum, hier de opzet van het artikel: inleiding 150 woorden, per foto 70. En... GO.
De man van het sportcentrum was pas eind van de middag op zijn post. Hij had nul gegevens van de fotografen, behalve naam en e-mail. Het grote speurwerk kon beginnen. Facebooken, Linkedinnen, bellen en stukjes knutselen. Ik was er ruim een week mee bezig en zelfs toen het af was zaten er nog fouten in. Als je op een wakeboard gaat waterskiën heet dat niet waterboarden, bijvoorbeeld. Waterboarden is namelijk een marteltechniek die ouder is dan wakeboarden. Gênant. Best nog pittig een stukje te schrijven op commando onder tijdsdruk.

Daarbij was het een hele ervaring om op een redactie te zitten. Ik had heus wel eens de hectiek van een redactie gezien. In films, in series, op tv. Maar acht uur achter elkaar op die plek zitten was andere koek. In de redactie kamer zaten elke dag een stuk of negen redacteurs. Journalisten die nog scherper van tong zijn dan van pen, sarcastisch én cynisch, in alles geïnteresseerd, van alles op de hoogte en zeg maar ... sociaal gericht.
Alle nieuwtjes over de twee onderwijsinstituten die nuttig konden zijn voor het blad, de website of de radio, werden ongezout en meestal vrij ongenuanceerd door de kamer geslingerd. “Heb je dat suffe promotie-filmpje gezien?” “Oh dan moet je die muts van communicatie even bellen, die heeft vast een of ander totaal onsamenhangend commentaar erop.” “Dat surveillance systeem met vliegende camera's was trouwens een hoax”. “Net als dat popcorn filmpje met die mobieltjes”. “Zeg Jan, wat ga jij op de radio vragen?” “Of ze wel goed nagedacht heeft over dat bespottelijke beleidsplan voor dat nieuwe onderzoeksinstituut”. “Moet je kijken. Iemand promoveert op tulpen en heeft alleen deze grijze plaatjes kunnen vinden”. “Jongens, we gaan het in de radio-uitzending niet hebben over hoe zij als pot haar kind opvoedt”. “Oh jammer”. Etc, etc. De hele dag door een onstombaar gekwetter.

Met deze overvloed aan zwarte komedie door de kamer was het moeilijk om mijn artikel correct af te krijgen. Er gebeurde zoveel die week dat als er mensen vroegen hoe ik het op mijn nieuwe werk had, ik alleen maar kon stamelen: “Eh ja. Leuk.” Het was een zinderende ervaring, maar of het de beste omgeving was voor mij om te werken? 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten