Pagina's

zondag 11 mei 2014

26. Hoe Alice uit Wonderland werd ontslagen

Na een paar dagen wennen op de redactie werd ik gelijk al weer in een nieuw diepe gegooid. Terwijl ik orde poogde aan te brengen in mijn werk-mail inbox, riep webredacteur Marcel: 'Sterre, wil jij een filmpje presenteren?' Achteloos riep ik 'tuurlijk' terug. Tien minuten later was de webredacteur naar mijn bureau gerold en keek me vragend aan. Meende je dat? Ach ja, waarom ook niet. Ik was hier om te leren en een filmpje presenteren was een nieuwe uitdaging die me wel geinig leek. 'Goed zo', zei Marcel. 'Dit is David. Hij gaat filmen. Jullie gaan naar de eerste onbemande koffiebar, (Tenminste, dat is wat de universiteit en het cateringbedrijf pretendeert te zijn) om eens te zien of zoiets lukt en hoe het in zijn werk gaat.'
Een onbemande koffiebar is een soort keuken, maar met een koffiemachine waar je geld in moet gooien, in plaats van water en koffie. Re-vo-lu-tionair. Wij erheen. De hele bedrijfstop van het cateringbedrijf stond erbij te shinen. De directeur legde me uit dat ze eigenlijk geen cateringbedrijf waren, maar uitvoerders van levenslange fantasieën (of iets dergelijks). Inderdaad. Ze zagen zichzelf als goden, of in ieder geval als feeën.
Het filmscript was er niet. David zou dus filmen en gaf mij minimale aanwijzingen. De webredacteur had ons op pad gestuurd met niet meer dan de opdracht dat het een studentikoos filmpje moest worden over dit schijnbaar saaie onderwerp. Maar wat ik over de hele bar moest zeggen? Géén idee. Ik zocht dus maar naar de acteur in mezelf en liet die lekker de vrije hand.

Twee dagen later was het filmpje af. De redacteur lag in een scheur om de manier waarop ik gruwelijk misbruik had gemaakt van het gebrek aan personeel en met twinkelende ogen een muffin in mijn mond stopte en de koffie liet overstromen. (vergeet niet, de hele bedrijfstop van het cateringbedrijf stond ernaast, wat het allemaal nog leuker maakte). Het hoofd webredactie noemde me een 'Alice in Wonderland', helemaal in de war over waar ze nu terecht was gekomen en de regels van deze wereld moesten volgens haar wel tot chaos leiden.

En eigenlijk was die omschrijving verrassend treffend voor hoe ik mij op de redactie van het universiteitsblad voelde. Ik begrijp niet wat belangrijker was, de onmogelijke deadlines halen of goede research doen voor de stukjes die je inlevert. Hoewel de artikelen over recente gebeurtenissen gingen (nieuws), mag je niet beginnen met "vandaag..." of "afgelopen week....". En de eindredactie wordt boos als ze bij het nakijken spelfouten zien. Je moet goede stukken schrijven, en secuur zijn, maar ze stellen het wel op prijs als je op kantoor zit tussen het gekakel van de rest van de redactie.
Afgezien van het succes van het filmpje ging het werk als verse journalist dus niet zo best. De derde werkdag maakte mijn supervisor zich al zorgen. De vijfde dag had ik een onheilspellend functioneringsgesprek met de zakelijk directeur. De zesde dag kreeg ik een artikel, dat op dag vier af had moeten zijn, voor de derde keer bloedend van de aantekeningen terug en vroeg mijn supervisor zich hardop af, wat ze in godsnaam met mij aan moest.
Inmiddels was mijn nieuwsgierige spanning omgeslagen naar een angstige spanning. Mijn vrienden en collega's zagen de wallen onder mijn ogen groeien. Ik werkte vele overuren om het stuk toch af te krijgen, maar weinig leek te helpen. De avond na het laatste gesprek met mijn supervisor rukte ik in paniek alle hulpbronnen die binnen handbereik waren aan: ik belde mijn moeder, mijn vader, vriendlief en een aantal vriendinnen om me tot bedaren te brengen.
De volgende dag moest ik op gesprek komen bij de hoofdredacteur, zakelijk directeur en mijn supervisor. Het gesprek duurde ongeveer tien minuten, want ze draaiden er niet lang omheen. 'We hebben besloten onze samenwerking bij dezen te beëindigen,' zei de zakelijk directeur schijnbaar onbewogen. 'Je niveau is onder de maat, we hebben niet genoeg tijd om je niveau te verbeteren.......' De zinnen vlogen langs me heen. 'Dat filmpje heb je goed gedaan en we weten nog niet hoe je op de radio bent, maar het grootste deel van het werk is toch schrijven en dat werkt nu gewoon niet. Je kost ons nu meer tijd dan dat je ons oplevert'.
Het enige was ik kon antwoorden was de vraag die ik de avond ervoor met mijn hulplijnen had voorbereid: waarom hebben jullie me dan in godsnaam aangenomen? Jullie wisten toch waar je aan begon, wie ik was en hoe ik schreef. Ik had nota bene twee artikelen mee gestuurd, een van het studentenblad en de ander was zelfs een blog. 'Qua persoonlijkheid hadden we verwacht dat je goed bij het team zou passen en ik geloof ook wel dat dat het geval is. Ja maar, we weten niet in welke omstandigheden die artikelen tot stand zijn gekomen. Een blog is wel iets anders dan wat we hier doen, een blog is toch meer een soort dagboek dat je voor jezelf schrijft'.
En ze hielden niet op zich te verduidelijken. 'Misschien is het goed om dit als een soort reality check te zien en te heroverwegen, ik weet niet of je verder wilt hoor met schrijven en de journalistiek, maar ik zou toch opzoek gaan naar iets anders'. Ik kon nog net mompelen dat ik die keuze prima zelf kon maken, maar hun boodschap was luid en duidelijk overgekomen. Ik kon mijn spullen opruimen en linea recta op de trein naar mijn ouders te stappen om de kater van deze tegenslag te verwerken.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten