Pagina's

zaterdag 17 mei 2014

27. Lamlendigheid, uitzichtsloos series kijken en knutselen



Je zult wel begrijpen dat ik even nodig had om van zo'n tegenslag bij te komen. Dagen, of als ik heel eerlijk ben, weken duurde de dip. Ik keek beschamend veel slechte televisie. De vakken waar ik me voor had ingeschreven waren nog niet begonnen, dus ik had werkelijk niks beters te doen dan mezelf te verdoven met onzinnige series. Niet eens super leuke of interessante series. Geen detectives waar ik bij moest nadenken, geen politieke series die me dingen zouden leren over hoe het politiek systeem van Denenmarken of de VS werkt, geen series met cultstatus, geen films van de categorie 'algemene ontwikkeling'. Niks sprankelends, vernieuwends. Eigenlijk alleen feel good tv, waar je je alleen good bij feelt zolang het aanstaat, en waar je je erg rot en schuldig over feelt als het afgelopen is.
Het was How I Met Your Mother, wat leuk is, maar niet levensvullend. New Girl, over een stel dertigers die niks beters met hun leven wisten te doen dan rottige bijbaantjes vervullen en idiote tienerplannen uitvoeren. Once Upon a Time, met namaak helden in een totaal onrealistische wereld. Gilmore Girls, gewoon omdat de personages zo leuk zijn, niet omdat ik benieuwd was hoe het afliep, want ik heb alle zeven seizoenen allemaal al een aantal keer bekeken. Being Erica. Evelien. Series over mensen die niet geslaagd waren in het leven, niet per se hard werken en voor wie het leven niet veel meer is dan een opeenvolging van dagen.
Series waar ik me goed mee kon identificeren. Series waar er oneindig veel van te vinden zijn, zodat ik nooit zonder zat. Want elke keer als er een aflevering afgelopen was, en ik weer wakker werd uit het tv coma, moest ik weer voelen, werd ik er weer aan herinnerd dat ik niet goed was in dat wat ik op zo'n voetstuk had gezet. Dat ik niks waard was. Mezelf niet eens leerling kon noemen.
De zinnen van het ontslaggesprek bleven in mijn hoofd spoken. “We hebben besloten onze samenwerking bij dezen te beëindigen... Je niveau is onder de maat... Je kost ons nu meer tijd dan dat je ons oplevert...” En vooral: “Misschien is het goed om dit als een soort reality check te zien. Ik weet niet of je verder wilt hoor met schrijven en de journalistiek, maar ik zou toch op zoek gaan naar iets anders”.
Hoe moet je betekenis geven aan die woorden? In welk licht moet je ze plaatsen? Hoe moet je ze waarderen? Ik werd heen en weer geslingerd tussen twee opties. Enerzijds zijn het professionele journalisten die heus wel weten wat er nodig is om een goede journalist te worden. Ze zullen me toch niet voor niks hebben ontslagen? Anderzijds, ze hebben me zes dagen meegemaakt. Hoeveel stukjes had ik nou eenmaal geschreven? Zes? Tien? Meer dan twintig toch zeker niet. Staan die stukjes voor alles wat ik kan? Nee. Ik was in die tijd niet op mijn best. Bovendien hebben ze me uiteindelijk wel aangenomen, op basis van artikelen die ik wel degelijk zelf geschreven had. Die waren kennelijk wel goed, hoe ze dan ook tot stand gekomen zijn. Daarbij komt dat ik nog steeds goede reacties op mijn blog krijg. Ik kan niet zonder meer stellen dat ik écht niet kan schrijven.  Toch? Maar... Wie zijn dat nou die mijn blog leuk vinden, wat is een blog waard en wat is een trotse moeder of vriend waard? Hoe eerlijk en objectief kunnen zij zijn?
Geregeld kon ik niet anders geloven dan dat de journalisten van het universiteitsblad ronduit gelijk hadden. Dat ik nog geen knip voor de neus waard was. Dan vraag je je misschien af, hoe erg is het als je niet kunt schrijven? HEEL ERG! Er blijft voor een socioloog echt geen enkele baan over als je niet kunt schrijven. Journalist? Uitgesloten. Wetenschapper? Met alle onderzoeksverslagen? Vergeet het maar. Ambtenaar? Die moet beleidsstukken schrijven, ook niet mogelijk als je niet kunt schrijven. Zelfs docent maatschappijleer kan ik niet worden, als ik de spelfouten in de essays van mijn leerlingen niet kan zien. Ik zag mezelf genoodzaakt om toch maar weer terug te gaan naar het instinctieve basis plan: moeder worden. Meer dan moeder, spelen met kinderen die zelf ook niet kunnen schrijven, zou ik waarschijnlijk niet bereiken in het leven.
En wat zou ik dit jaar gaan doen? Als een gek zwanger worden zagen ik en vooral mijn vriend niet erg zitten. De horeca maar in dan. Borden wassen en thee verkopen. Dat leek de enige optie te zijn. Simpel, laagdrempelig, en het verdiende een beetje geld. Geheel passend bij mijn capaciteiten.

Of was het toch niet zo zwartgallig al het leek. “Dat filmpje heb je goed gedaan”. Zou dát misschien iets zijn? Zou ik televisiepresentator kunnen worden? Of radio-maker? Of beide? Toch journalist, maar geen schrijvend journalist. Het was zeker het overwegen waard. Erg veel andere opties had ik kennelijk  niet.
In al die misère en overweldigende onzekerheid was er één rots in de branding die me overeind hield: knutselen. Elke donderdagavond mocht ik wild gaan met een of ander materiaal en een opdracht. Wat een verademing was dat! Een kip kleien, een hoed van piepschuim en plastic tasjes, een theemuts van karton. Erg fijn dat ik het voor niks en voor niemand deed. Niet voor een baas, niet voor mijn studie, niet voor mijn CV, niet voor de toekomst. De opluchting die volgde nadat ik een foto had gemaakt van mijn knutsel en hem in de vuilnisbak kon mieteren! Echt, voor iedereen die in een emotionele dip of existentiële crisis zit: ga knutselen for no reason but fun.  

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten