Pagina's

maandag 16 juni 2014

30. Het besluit en nogmaals ontslag



In het koffiehuis vond ik het heel erg leuk om koffie te maken, maar met de medewerkers had ik op z´n zachts gezegd niet zo'n klik. Op een ochtend kwam ik gehaast binnen (Sterre-kwartiertjes worden niet geaccepteerd door horecawerkgevers), en gebruikte een glas van mijn collega voor een snelle slok water. Ze werd bozer dan ik had verwacht en snauwde: 'Je moet een beetje dimmen jij, je werkt hier pas net hoor! Je kunt niet zomaar doen alsof we een goede band hebben ofzo'.
Aan het eind van die dienst vroeg mijn norse floormanager de hoeveelste dienst dit voor mij was. Aangezien het mijn vijfde dienst was, merkte hij op: 'Waar is mijn bier dan? Ik wil witbier'. Ik was zo verbluft dat ik als een mak schaap een biertje voor hem tapte, maar lang naborrelen deed ik niet.
Ik sprak er met een vriend Lars over. Bijkomend voordeel is dat Lars een raschagrijn is, dus als ik ergens van baal kan hij zich er meestal helemaal in vinden. Het is toch gek dat ze zo onaardig doen? Of was ik nou zo'n muts? Lars had dezelfde ervaring in een ander bedrijf. Het punt met horeca was, volgens hem, dat je het heel erg kan treffen maar ook dat veel bedrijven erg rot zijn in hun houding tegenover werknemers. Als dit is de wereld waarin je terecht komt als je wanhopig de horeca ingaat, dan is horeca niet een geschikte uitvalsbasis voor mij, ondanks dat ik het kan.

Ik kwam te denken over wat ik aankomende september zou gaan doen. Master of werken? Het hele jaar had ik me verzet tegen domweg de stroom volgen en een masteropleiding doen. Nee, ik wilde een onafhankelijke vrouw zijn, die haar eigen pad kiest. Hetzelfde gold eigenlijk voor mijn angst om te eindigen als beleidsmedewerker. Beleidsmedewerkers zijn in mijn fantasieën de belichaming van de mainstream: ingekakt, niet zelf nadenkend, verveeld achter de bureau hangen en beleidsstukken overtypen.
Maar ja, laten we eerlijk zijn. Iets niet doen omdat het mainstream is en omdat je bang bent dat je iets wordt wat je niet bent (ingedut is niet zozeer een van mijn karaktereigenschappen), slaat helemaal nergens op.
Terwijl ik er langer over nadacht, kwam ik tot de volgende conclusie. Tijdens het tussenjaar was één ding stabiel gebleven: ik hou van sociologie en verwante interdisciplinaire wetenschappen. Ik had bij elkaar nog bijna voltijds aan vakken gevolgd, ondanks dat ik maar twee vakken echt moest halen. Bovendien was het studeren nooit een struikelblok of moetje geweest. Daarnaast had ik natuurlijk radio gemaakt, dat zich ook weer rond de wetenschap afspeelde.
Het grootse meeslepende onafhankelijke leven met houtje touwtje inkomen, had ik geprobeerd. Ik dacht dat de journalistiek mij helemaal op het lijf geschreven was, maar werken op een drukke redactie en uur na uur stukjes afleveren was geen succes gebleken. Ik vond het radio maken wel waanzinnig, maar het programma dat ik maakte ging … over wetenschap! En bovenal, de vlinders die ik kreeg in mijn buik na de voorlichtingsavond van de onderzoeksmaster gingen niet weg. Ik kon het niet aan mezelf verkopen dat ik die onderzoeksmaster niet eens zou proberen, alleen maar omdat ik bang was dat ik het niet kon. Ik was nog lang niet uitgeleerd, of uitgestudeerd. Ik had besloten: ik zou een master doen.

De huisgenoot van mijn vriend moedigde me aan om me ook aan te melden in Utrecht. Dit was een hele interessante master, maar minder interdisciplinair dan de master aan mijn eigen universiteit. Hij gaf me wat inside tips over de aanmelding en zei dat als ik een referentiebrief kon krijgen van die hoogleraar waar ik mee gesproken had, ik zeker een goede kans zou maken. “Die man is huge in Utrecht”. Zo werd Utrecht het voortreffelijke back-up plan.
Als klap op de vuurpijl had ik die avond een skypegesprek met Anne, die inmiddels aan de andere kant van de wereld haar eigen draken aan het bevechten was. Ik vertelde dat ik had besloten om me op te geven voor de onderzoeksmaster, en ze zei niks anders dan 'natuurlijk, dat wist ik allang'. Omdat het voor haar als buitenstaander doch nabije vriendin en studiegenoot totaal vanzelfsprekend was dat ik na een interne battle wel uit zou komen op deze beslissing, werd het maar weer eens bevestigd: als je het juiste doet, gaat het vanzelf.

Met dit besluit stevig gevestigd in mijn hoofd, kon ik met opluchting ontslag nemen bij de koffietent. Ik had de cursus figuurtjes in de cappuccino gehad (check) en was niet langer tevreden met de baan. Het leverde behalve geld niet veel meer op dan stress en onaangename gesprekken met collega's. Geheel volgens de volg-je-dromen-overtuiging die zo populair lijkt te zijn deze dagen, vond ik geld geen goede motivatie om een baan te houden. Ik zou wel iets anders vinden, of zuiniger leven of desnoods een studentenlening aanvragen.
Ik gaf mezelf permissie om flink aan de bak te gaan voor de paar vakken die ik op dat moment volgde en me te storten op de (totaal overdreven) aanmeldingsprocedure van beide onderzoeksmasters. 


1 opmerking:

  1. Leuk om dit zo te lezen! Ook de website ziet er verder goed uit moet ik zeggen.

    BeantwoordenVerwijderen