Pagina's

dinsdag 8 juli 2014

33. Fack it

Tijdens mijn knutselavonden heb ik een zeer belangrijke les geleerd: het lukt het best een kunstwerk neer te zetten als ik 'fack it' denk. Het gebeurde op een avond dat we een model op bezoek hadden die we zouden nakleien. Het model was een nogal androgyne dame met vooral vrij weinig vormen. Als je knutselt, maak je altijd iets wat dichtbij jezelf staat. Ik heb zeg maar wel vormen, dus ik vond het lastig om haar na te maken, omdat haar lichaam zo weinig op het mijne leek. Bij pose nummer drie had ik inmiddels zoveel geklooid om het vormeloze lichaam vorm te geven in de klei dat ik er genoeg van had. Ik probeerde en probeerde er meer van te maken dan een plank, maar het wilde niet echt lukken. Ik gaf het op en begon half gefrustreerd, half careless te kleien. Het werd een rommelig model waarbij haar vormen en houding meer gesuggereerd werden dan exact gekopieërd. Terwijl ik mijn careless frunstratie op mijn homp klei losliet kwam de docent langs. 'Kijk, dit is interessant. Nu begint het echt te leven.' 'Gewoon fack it' bleek de beste mindset voor kunst.
Wat is de overeenkomst tussen wetenschap en kunst? Creativiteit. Al weken had ik in mijn hoofd dat ik wist wat ik wil met mijn leven, ookal is het nogal abstract: ik wil dingen creëren. Als ik goed in mijn vel zit, krijg ik namelijk zin om dingen te maken. Ik kan bijvoorbeeld eigenlijk alleen een blog uit mijn handen krijgen als ik lekker heb geslapen/goede muziek heb gehoord/een interessant artikel heb gelezen; als ik op een relaxte manier geprikkelt ben. Als ik niet goed in mijn vel zit en ik ga dingen maken, zonder dat het goed hoéft te zijn (fack it), dan leef ik weer op. Als ik ga hardlopen in mijn eentje -afstand maken- maar ik hoef niet per se heel hard te gaan, leef ik op en kan ik uren rennen. Ik kan intens blij, trots en gelukkig worden van het maken van een fotocollage of het uitproberen van een nieuw recept. Tamar noemde het een prachtige combi van levenslust en levenskunst.

Nadat ik de prestigieuze stage afgewezen had en ik had besloten dat ik lekker pûh vakantie ging houden, stond de afspraak met de hoogleraar media studies nog steeds in mijn agenda. Toch maar even gaan, misschien is het wel wat, dacht ik. De man bleek een totaal vaag idee te hebben en me alle vrijheid te willen geven om ermee te knutselen en klooien. Hij wilde een theorie ontwikkelen over media waarbij emoties een centrale rol spelen. Het project heette 'theory with heart'. De hypothese is dat de theorieën die bestaan over menselijke passies ook toepasbaar zijn op hoe mensen zich verhouden tot en in media.
Prachtig idee met een zinderende aanpak. In de tweede meeting vertelde de hoogleraar dat hij oorspronkelijk opgeleid was als geschiedkundige. Hij was (dus) een zeer hermaneutische onderzoeker. Dat wil zeggen dat letterlijk alles data is. De brieven die mensen naar elkaar schrijven, emoticons die ze elkaar sturen, gesprekken die ze voeren, de kleur van hun hyves achtergrond, de volgorde van de televisieprogrammering. Alles mag in de analyse meegenomen worden.
Het deed me denken aan de oefening die we hadden gedaan in de knutselklas. We moesten foto's maken van normale objecten waar we een gezichtje in zagen. Vuilnisbakken, verkeersborden, schroeven. Het idee achter de opdracht was dat we met een wijdere blik naar de wereld gingen kijken en naar hoe deze wereld van dienst kon zijn in onze kunstwerken. Door open te staan voor zo'n wijd scala aan input, verbreed je je horizon en vooral: je mogelijkheiden.

Hetzelfde zag ik bij een wetenschapper die we te gast hadden bij de radio. Opgeleid als wiskundige, doorgestroomd naar computer wetenschappen om uiteindelijk oprichter te worden van een instituut dat onderzoek doet naar 'complexe systemen'. En ja, complexe systemen in de breedste zin van het woord. Denk aan de verspreiding van virussen, het ontstaan van aardbevingen en het functioneren van criminele organisaties.

Deze mensen en imput allemaal in mijn netwerk hebbende, begon ik associatief te denken. Ik was inmiddels aangenomen bij beide research masters waar ik me voor had aangemeld (jeej!) en ik had besloten om de meest interdisciplinaire master te gaan doen, aan mijn huidige universiteit. Ik wilde onderzoek doen naar partnerkeuze, aangezien dat op het raakvlak ligt tussen seksuologie en sociologie. Het liefst zou ik datingsites als data gebruiken en opleidingsniveau als theoretisch stratificatie object (are you still with me?). Websites, vriendschappen, liefde, populaties en samenlevingen hebben als overeenkomst dat het draait op netwerken. Of eigenlijk, het zijn netwerken.
Mijn creatieve brein sloeg bijna op hol toen ik begon te mijmeren over hoe ik netwerk wiskunde, onderwijs sociologie en datingsite mediastudies kon combineren. Ik begon vurig te hopen dat de geruchten dat de master weinig structuur gaf maar vooral veel ondersteuning voor je eigen idee waar waren. Maar voor deze zomer zou ik me om te beginnen verdiepen in theories with heart en mediatheorieën. En zó'n soort stage vond ik nou helemaal niet erg om op zonovergoten dagen te doen!







Geen opmerkingen:

Een reactie posten