Pagina's

vrijdag 19 september 2014

Een echte Amsterdammer

Geregeld heb ik met mijn vriendje een discussie over welke stad leuker is. Hij is een geboren en getogen Utrechter (niet Utrechtenaar, want dat is zéér on-Utrechts). Hij is niet weg te slaan uit die stad en de stad niet uit zijn taalgebruik (nie waor?). Ikzelf ben ook geboren in Utrecht, maar vanaf het moment dat ik op mezelf mocht wonen, verkoos ik Amsterdam boven alle andere plekken op aarde.
De discussie over de steden duurt al zo lang we elkaar kennen, met aftrek van de eerste paar maanden toen we nog lief en verliefd waren. Tegenwoordig slaat de discussie bij tijd en wijle een harde toon aan, zeker als we iets (anders) uit te vechten hebben. 'Utrecht is niet eens een stad, jij beperkte provinciaal' wordt dan beantwoord met 'al die Amsterdammers zijn van binnen verrot door hun arrogantie'.
En dan te bedenken dat ik niet eens de ergste Amsterdam-liefhebber ben. Een goede vriend van me is nog veel erger. Hij krijgt spontaan uitslag als hij buiten de ring komt en was verbaasd dat op station Amersfoort iedereen Nederlands sprak, we waren toch in het buitenland?
Om van Utrecht te houden moet je er je wortels hebben. Als een echte indiaan, vereert mijn vriend de Utrechtse grond. Maar wat hij derhalve niet begrijpt, is dat je van Amsterdam mag houden zonder er vandaan te komen. In Amsterdam stikt het van de niet-geboren Amsterdammers die een zware liefde voor de stad koesteren. Bij de introductie van het academisch jaar vertelde burgemeester Eberhart aan de eerstejaars in Carré dat 80% van de Amsterdammers er niet geboren is. Ik voelde me gelijk welkom.
Door de jaren heen leerde ik dan ook voornamelijk zulke Amsterdammers kennen. Amsterdammers die gepassioneerd schelden op toeristen die niet begrijpen welk respect fietsers in de stad verdient. Amsterdammers die naar salsa- en technofeesten gaan en het verschil weten tussen 2C-B en miauw miauw. Amsterdammers die, als ze een vriend opzoeken, liever veertig minuten van Oost naar West fietsen dan tien minuten de trein te pakken naar Hoofddorp. Amsterdammers die spugen op de Kalverstraat en kwijlen van de IJ-Hallen. Acda en de Munnik bezongen het Amsterdammer-gevoel zo mooi in het lied 'een andere maan', over drie vrienden: “Alle drie echter Amsterdammers, zonder dat een van ons er een jeugd herinnering heeft.”
Natuurlijk moet ik ook toegeven dat Utrecht ook zo z'n charme heeft. De Dom is niet lelijk. Gemoedelijke cafétjes, de afwezigheid van toeristen, Lombok, werfkelders. Best leuk. Maar de enige juiste reden om naar Utrecht af te reizen blijft toch de liefde.

En zo denkt mijn lief na twee jaar verkering ook over Amsterdam. Dus om en om daten we in de stad naar ons hart. De ene keer drinken we een biertje in het café in Utrecht waar onze ouders in de jaren tachtig al kwamen. De andere keer geven we te veel geld uit in een Amsterdams restaurant. Tja, je betaalt toch voor de locatie.

Foto gemaakt door Peggy de Gier 
@ Amsterdam Light Festival

Geen opmerkingen:

Een reactie posten