Pagina's

vrijdag 2 oktober 2015

Probleemstelling

Een jaar lang schreef ik over de onzekerheid die een sociaal wetenschapper te wachten staat na het afstuderen ('13-'14). Wat ga ik doen met mijn leven? Word ik postbode, onderzoeker, ambtenaar (god bewaar me) of zou ik het kunnen schoppen tot journalist? Het jaar daarna schreef ik tot mijn spijt slechts een paar blogs. Jullie, mijn trouwe fans die ik voor een groot deel bij elkaar fantaseer, zijn dus niet op de hoogte van de gebeurtenissen van het afgelopen jaar en mijn huidige status. Daarom hier een korte samenvatting.

In september 2014 werd ik toegelaten tot de Research Master of Social Sciences, een prestigieuze onderzoeksmaster waarvan 50% van de oud-studenten binnen één jaar een promotieplek had gevonden. Zo'n master dus. Het was gaaf, begon heel breed (in een week moest ik een mening vormen over oorlogsgeschiedenis, de bankencrisis en AIDS in Zuid-Afrika) en de specialisatie sloot niet aan bij mijn interesses (seks, stratificatie en levenslopen maar dan kwalitatief, schijnbaar een moeilijke combinatie).
Ik had een week up waarbij ik intens genoot van de intellectuele uitdaging. Gevolgd door een week down, waarin ik verstikt werd door het tempo. Ik kreeg een acht, een zes, een acht en een zes. Kortom: ik was niet stabiel, gelukkig, of echt op mijn plaats.
Ondertussen was ik hoofdredacteur geworden bij de radio. Ik vormde een team met vijf nieuwe mensen, waarvan er vier nog nooit radio gemaakt hadden. Ik was elke zondag in de studio voor techniek, presentatie, coaching, feed-back en contact met de hoofdredacteur. Halverwege het jaar kwam ik er achter dat ik niet 'hoofdredacteur' was, want dat is de hoofdredacteur van de zender al. Ik moest mezelf eindredacteur van het programma noemen. Ook goed.
In februari 2015, vlak voor de aanvang van het semester waar ik 36 helse studiepunten moest halen, vroeg een radiocollega aan me of ik niet kon overstappen naar de reguliere master, met de charmante naam 'algemene sociologie'. Ik vond het het proberen waard, schreef een slijmbrief van vijf kantjes naar de examencommissie, nadat de studiebegeleider me had gezegd dat het niet kon, en ik werd toegelaten. In drie dagen was het geregeld en kon ik beginnen met de eindscriptie.
Van februari tot 3 juli 2015 schreef ik mijn masterscriptie. Hoe dat was is terug te lezen in mijn vorige blogIk onderzocht, door middel van kwalitatief etnografisch veldwerk, hoe vriendinnengroepen over mannen praten. Kortweg: vrij geweldig.
In maart begon ik met solliciteren. In het wilde weg, zolang ik maar geen ambtenaar zou worden. En dan al helemaal geen beleidsambtenaar van een kleine of middelgrote gemeente. De koude rillingen lopen nog over het lijf als ik terugdenk aan de carrièreavond van de studievereniging waar drie trainees van metropool gemeente Amsterdam waren. Het traineeship metropool Amsterdam bestaat onder andere uit werken in Aalsmeer, Edam, Haarlemmerliede en Wijdemeren.
Maar goed, ik solliciteerde gewoon op al het andere, en dat blijkt nogal veel te zijn. Ik solliciteerde voor: leraar maatschappijleer, zeilinstructeur, een journalistieke master, notulist, student assistent en redacteur.
Oh, in april ging ik trouwens proef-samenwonen, waar ik later meer over zal schrijven.
In mei werd ik binnen een week aangenomen als zeilinstructeur, aangenomen als redacteur en afgewezen voor de journalistiek master. Ik koos voor het redacteurschap, mocht drie dagen na mijn scriptie-deadline beginnen en heb dat ook gedaan.
Ik kreeg een betreurenswaardig laag cijfer voor mijn scriptie, was daar erg van ontdaan, maar werd van alle kanten, terecht, gewezen op het feit dat ik een redelijk awesome baan had en ook al 'zo snel na mijn afstuderen'. 'Het is vast niet makkelijk om iets te vinden als sociaal wetenschapper?' Nou ja, medium is het eerlijke antwoord. 
Bovendien leent mijn scriptie mijnsinziens zich prima voor een vervolg in de vorm van een semi-wetenschappelijk boek. Zou jij het kopen? Kiss and tell. Hoe vriendinnen met elkaar over mannen praten.

Enfin, nu werk ik dus 32 uur per week in een semi-ambtelijk kantoor, leef ik bij mijn vriend in Utrecht, heb ik twee katten en een ontluikende bak-hobby (of zijn zes trays muffins in een week beter te omschrijven als een obsessie?). Het leven is goed, ik heb 'alles voor elkaar'. De grote vraag is nu: wat blijft er over van de oude, studentikoze, wilde ik? Hoe blijf ik trouw aan mijn misschien naïeve, maar daardoor niet minder benijdenswaardige idealen? Revolutie! Weerstand tegen het systeem! Onorthodoxe relaties en abstracte kunst!
Wat moet ik doen om te voorkomen dat ik me, zonder omkijken, settel in een ultra burgerlijk leven? Hoe weersta ik de aantrekkingskracht van met een dekentje op de bank de hele vrijdagavond Netflix-en? En waar komt deze aantrekking vandaan? Zou ik er misschien eigenlijk aan toe willen geven?
Deze vragen zullen centraal staan in de opdracht die ik mezelf heb gegeven: weer een jaar wekelijks bloggen en middels sociaal wetenschappelijke observaties en analyses een antwoord geven op de vraag: to be burgerlijkheid or not to be burgerlijkheid?  


Geen opmerkingen:

Een reactie posten