Pagina's

zaterdag 24 oktober 2015

Verhuiskarakter

Iedereen verhuist op z'n eigen manier. Een huis is iets heel intiems. Als het goed is is het de plek waar je je het meest op je gemak voelt, thuis. Verhuizen is dus het verplaatsen van dat thuis, het afscheid nemen van het ene huis en het creƫren van een nieuw thuis. Ik heb me er regelmatig over verbaasd hoe mensen dit aanpakken. Hoewel ik afgelopen jaren vele verhuizingen heb gezien, waren de verhuizingen van mijn vriendin Anne en mijn vriendje Art1 toch het meest verschillend.
Bij Anne ging het er geordend aan toe tijdens het soort van familieweekend waar ik getuige van mocht zijn. Twee weken voor de verhuizing werd ik door Anne gebeld of ik misschien wilde chauffeuren tijdens de verhuizing, aangezien niemand in haar gezin een rijbewijs heeft. Annes moeder kwam donderdagavond logeren. Toen ik zaterdagochtend met de bus aankwam, stonden haar beide ouders en haar grote sterke broertje al met een kop koffie en een eierkoek in de hand klaar om te beginnen. Alles zat keurig in goede kwaliteit verhuisdozen, waar tot en met 'boekenkast, 2e studieplank van boven' op stond wat erin zat. Ik begon te buffelen alsof de duivel de volgende bewoner zou worden, maar de rest van de familie nam rustig de tijd om te discussiĆ«ren hoe de meubels het beste in de bus paste. Na twee ritjes met een 7m2 bus werd het oude appartement schoon achter gelaten en nog voor het avondeten zag haar nieuwe kamer er al weer vtwonen-waardig uit.
Hoe anders ging het bij Art, die zes jaar na zijn afstuderen uit zijn studentenkamer vertrok naar het appartement waar ik nu mag intrekken. De avond voor de verhuizing had hij een stuk of zes bananendozen bij de Albert-Hein meegenomen waar hij was losse dingen in deed. De lades uit zijn kledingkast en zijn bureau kregen plakband over de bovenkant en werden linea recta de stationwagon van zijn ouders ingezet. Het kastframe was ging maar net en met veel gescheld door het trapgat te krijgen. Van de bank begrijpt niemand hoe die ooit in die kamer terecht is gekomen, dus die bleef achter in de kamer voor alle volgende bewoners. We, Art, zijn broertje en ik, verhuisden hem met drie autoritjes van A naar B. Art was na 2 weken ongeveer klaar met uitpakken en de laatste 20% van de klusjes werden verspreid gedaan over het half jaar dat hij daar in zijn eentje woonde.

Nu mag ik bij Art mag intrekken komt mijn eigen verhuiskarakter naar boven. Woensdag hadden Art en ik nog een typische man-vrouw ruzie en overwoog ik, dramatisch dat ik ben, de hele verhuizing af te blazen. Gelukkig doorliepen we nog dezelfde avond alle ruzie-fases: de aanleiding, irritatie, ruzie, afzondering, excuses en liefdevolle hereniging. Donderdag merkte ik dat de ruzie ook veel te maken had met mijn angst voor de verhuizing. Ik ben nogal een deadline werker en ik had alle regel dingen lekker voor me uitgeschoven. Behalve het aanboren van wat human capital, want vele handen maken licht werk. 
Vrijdag sliep ik veel te lang uit en bleef ik in bed rommelen (schreef een inmiddels veel gelezen blog en werd lid van blogsociety), typisch verhuis ontwijkend gedrag. Ik kwam drie uur later in Amsterdam dan ik had gepland en een half uur later dan mijn eerste helper, Aster. Gelukkig is Aster afgelopen vijf jaar meer dan vijf keer verhuisd, dus zij kent de 'oh mijn god ik ga samenwonen en het gaat allemaal super snel, kan ik dit wel aan, hij is wel heel lief maar is 45m2 niet wat klein voor een vent, twee katten en moi, en hoe houdt ik het overzicht in deze verhuis-chaos, lukt het wel om alles vandaag in te pakken, waar moet dit allemaal heen, komen mijn helpers nog wel, heb ik genoeg dozen'-paniek. Aster heeft bovendien een hele rustige uitstraling, wat besmettelijk is. Met haar zachte stem gaf ze me ferme aanwijzingen: 'Zoek je boeken uit. Nu je kleren. Nu je servies. Het servies in de kleren bij de boeken. Haal nog wat dozen'.
Toen ik terug kwam van de bouwmarkt voor meer verhuisdozen stond vriendin twee, Denise, bijzonder opgewekt in mijn container. 'Wat heerlijk om jullie weer te zien! Geef me een hamer en dan sloop ik die kast wel uit elkaar!'
Om tien uur 's avonds was mijn kast inderdaad gesloopt, alles ingepakt en stond Denise licht aangeschoten van de laatste fles wijn die we soldaat hadden gemaakt nog te stofzuigen ('want zo kan je hier niet slapen').
Die nacht 'sliep' ik op de bank voor de laatste keer in mijn container, wonder boven wonder zonder last te hebben van de buren en hun studentengewoonten (studeren = altijd feest). De volgende dag kwam een dozijn lieve helpers om alles in anderhalf uur in de bus (die ik 10 minuten na sluitingstijd bij het verhuurbedrijf had opgehaald) en het golfje van mijn vader te zetten. Het enige waar ik me nog druk over hoefde te maken was het samenwoon gedeelte van de paniek en waar de theezakjes waren gebleven.



1Het werd toch eens tijd die jongen een SchrijfSterre naam te geven.   

Geen opmerkingen:

Een reactie posten