Pagina's

zaterdag 21 november 2015

VrijMiBo

Eén van de dingen die erg veranderd is sinds ik burger ben geworden, is de rol die alcohol in mijn leven speelt. Alcohol is namelijk nogal een sociaal product en de betekenis ervan is dus afhankelijk van de sociale setting.
Voor studenten is drinken dé sociale activiteit. In een oude editie van de Dikke van Dale zag ik bij alcoholist: 'Iemand die verslaafd is aan alcohol; iemand die meer dan vijftien alcoholische consumpties per week drinkt, verdeeld over minder dan vijf dagen per week, uitgezonderd studenten.' Studenten konden destijds dus per definitie geen alcoholist zijn.
Tegenwoordig is het 'uitgezonderd studenten' weggehaald, wat studenten ongeveer per definitie alcoholisten maakt. Zo zie je hoe woorden de sociale betekenis van het woord en de verandering ervan kunnen weergeven.
Ook ik was alcoholist tijdens mij studententijd. Tenminste volgens deze laatste definitie dan. Ongeveer alle momenten om je sociale contacten te onderhouden gingen gepaard met een drankje. Of meer dan één drankje. Het is haast een studentensport op zichzelf om veel te (kunnen) drinken. Denk maar aan de drankspelletjes die gespeeld worden onder studenten. Maxen, titanic-en, beerpong, bussen, ik-heb-nog-nooit, juffen en de koning der drankspelen kingsen. Stef stuntpiloot is zelfs een tijdje uit de winkels gehaald omdat het, in de woorden van de makers, misbruikt werd door studenten als drankspel, terwijl het bedoeld is voor vierjarigen.

Met het burgerbestaan moet je dit soort gewoonten achter je laten. Het helpt dat mijn lichaam me daar al aan herinnert. Ik heb na een avond flink drinken namelijk een ondragelijke kater die veel erger is dan vroeger. Net als een vriend van mij dacht ik dat het kwam doordat mijn alcohol tolerantie (in de studentensport ook wel uitgedrukt als je drankconditie) gedaald was. Hij nam de proef op de som, werd lid van een nieuwe studentenvereniging en dronk twee maanden fanatiek mee met de sjaars. Na deze periode moest hij echter concluderen dat dranktolerantie geen spier is en dat hij niet meer kan drinken zoals we vier jaar geleden konden. We worden gewoon te oud. Ironisch eigenlijk dat je te oud wordt voor flink drinken als je hersenen net volgroeid zijn en de schade dus minder groot is dan voor je 24e als ze nog vol in de groei zijn..
Hoe dan ook, ik ben blij dat hij het experiment voor mij heeft uitgevoerd en heb besloten dat zijn conclusies ter harte te nemen. Door de week kraam ik daarom tegenwoordig zinnen uit als 'doe mij maar een spa rood, ik moet morgen nog werken'.



Maar, geen paniek, het is niet zo dat je als burger nooit meer alcohol drinkt. Alleen, de (sociale) alcohol-momenten zijn veranderd en verplaatst. In plaats van twee avonden in de week te borrelen en mezelf eraf te drinken, drink ik door de week zo nu en dan thuis een glas wijn. Meer voor de hoognodige ontspanning dan in de vorm van een 'laten we sociaal aan de drank gaan en er een spel van maken wie het eerst onder tafel ligt'.

Een ander nieuw alcoholmoment is drinken met collega's. Tijdens een uitje, een afscheid of de VrijMiBo, waarbij het laatste een geheel nieuw concept is in mijn leven. Een VrijMiBo, die op mijn kantoor vaker op donderdag dan op vrijdag wordt gehouden omdat het merendeel van de collega's een 32 uurige werkweek houden, is een gezamenlijke ontlading van de week. je gaat zeg maar drinken voor de ontspanning met degene die die spanning deels veroorzaken. Nee grapje. Je gaat drinken met de collega's die door dezelfde collega's gek gemaakt werden als jij.
Het intreden van de VrijMiBo markeert ook een belangrijke verandering van de ervaring van de week: het weekend krijgt zijn betekenis weer terug. Als studente merkte ik het verschil tussen woensdag, maandag of zaterdag echt niet. Alle dagen waren studeren, sporten en borrelen. Het werkritme, een aantal dagen achter elkaar waarin je wordt geacht vroeg op te staan en productief te zijn, levert een herwaardering op voor de dagen dat je niks hoeft.


En weet je wat ik doe op de dagen dat ik niet hoeft te werken? Liever dan brak in mijn bed liggen om te betalen voor de avond ervoor, sta ik vroeg op, gebruik ik de volle zaterdag om ... in de keuken te bakken en te koken. Als dat niet burgerlijk is weet ik het ook niet meer. Ik sta er zelf ook van perplex, maar het is nu eenmaal zo. Ik ben een burger geworden en pas totaal in het burger ideaal. Immers: Heel Holland bakt.

1 opmerking: