Pagina's

zaterdag 7 november 2015

Het huishouden is een statement

Met z'n tweeën wonen is écht heel anders dan alleen wonen. Helemaal als het gaat om troep laten slingeren, afwas doen en schoonmaken. De afgelopen vijf jaar woonde ik alleen, in een zeecontainer van twee meter breed en twaalf meter lang. Eigen badkamer, eigen keukenblok en eigen troep. Oh wat heerlijk: overal je eigen troep.
Ik had eens een vriendje die bij mij thuis kwam en bij het zien van een vieze onderbroek op de grond uitriep: 'Heuj ik ben Sterre en ik pleur mijn shit overal neer'. Aanvankelijk vond ik dat nogal een kut opmerking, maar later, vooral toen het uit was, dacht ik er met een glimlach aan terug. Ja inderdaad, ik ben Sterre en ik gooi mijn spullen neer waar ik wil. Het is mijn goed recht om twee weken aan vieze onderbroeken door mijn kamer te verspreiden.
Het werd een soort trots statement van onafhankelijkheid dat mijn kamer niet door de keuring van de schoonmaakpolitie zou komen. Non-conformisme! Overigens, als ik het schoon wilde hebben, dan maakte ik het heus wel schoon. Ongeveer één keer in de week wilde ik dat en ging ik als een tornado door het huis om alles op te ruimen. Met name vriendinnen als Anne konden zich verbazen over het grote contrast. Als ze op bezoek kwam wist ze nooit wat ze aan kon treffen.

Maar goed, als je gaat samenwonen kun je niet meer alles laten slingeren, kennelijk. Dat was de eerste maanden dat ik half ingetrokken was bij Art best even wennen. Art heeft namelijk een heel andere opruim- en schoonmaakstrategie dan ik. Hij geeft de voorkeur aan altijd een klein beetje opruimen, maar nooit echt de tornado. Met als gevolg dat er geen vuile vaat in de woonkamer staat, maar het aanrecht wel standaard volgestapeld is.
Mijn voorstel toen we gingen samenwonen was daarom om een klusjes-schema te maken. Zo deden wij dat thuis bij mijn moeder namelijk ook altijd. Ik zie het nog voor me: mijn moeder met grote schema's, trek-een klusje-pot en de mededeling van de invoering van het poetsuurtje. Want jouw kleren worden niet schoon door de kaboutertjes. (Overigens houdt mijn vader nog altijd vol dat hij wél wordt geholpen door een kabouter, maar dat is een ander verhaal).
Zodoende spraken Art en ik af dat hij de kattenbak en het stofzuigen deed en de was en de lege flessen werden mijn taak. De afwas zouden we om en om doen. En daar ging het mis. Om en om is in Arts wereld niet om en om in Sterre's wereld. En als ik ook maar een hele subtiele hint krijg dat het huishouden niet evenredig verdeeld wordt, wordt er een hele zure, felle feminist in mij wakker.
Daar hebben we onze bh's niet voor verbrand! Daar heb ik geen onderwijs voor gevolgd! Daar ben ik veel te ambitieus voor! Voor de afwas en het huishouden in het algemeen eigenlijk. Ga zelf maar met de poetsdoek door het huis, met je haantjes gedrag.
Heel realistisch en constructief, zoals je hoort.

Maar kijk, net als ik met mijn onderbroeken, is voor Art het huishouden een statement. Art geeft er niet om commando's. Een vriend van hem vertelde me laatst dat Art op zijn vijftiende een blauwe maandag in de supermarkt heeft gewerkt. Op een dag kreeg hij een akkefietje met de teammanager en hij heeft stante pede zijn uniform uitgetrokken, voor de voeten van de manager gesmeten en is de winkel uitgelopen om nooit meer terug te komen. Zo allergisch is Art voor autoritaire omdat-ik-het-zeg argumenten.
Na een maandje sjorren aan deze rots van zelfbeschikking moest ik mijn conclusies trekken. Als ik het huishouden op een bepaalde manier wilde runnen, moest ik het zelf doen. Want zelfs als hij me in een discussie gelijk gaf, ging dat als volgt: 'Het klinkt allemaal heel logisch wat je nu zegt, dus je zult wel gelijk hebben, maar ik ga het toch niet doen. Ik heb gewoon geen zin in jouw manier, logisch of niet'. Of nog erger: ja zeggen en nee doen. Ik besloot niks meer van Art te verwachten op het gebied van mijn-manier-van-samen-huishouden. 

Wat Art me hiermee wel heeft geleerd is dat ook als je een huishouden samen doet, het niet volgens het boekje of zoals bij je ouders hoeft. Ik mocht van hem, nadrukkelijk zelfs, best eens zo nu en dan ontspannen. Let it go, zeg maar. Dus nu vraag ik me niet meer af: was dit zijn taak of de mijne, wie moet ik nu een schop geven, mezelf of hem? Maar: heb ik hier zin in en/of vind ik het nu super belangrijk? Maar met het grote verschil dat soms de kaboutertjes langs zijn geweest en de afwas hebben gedaan. Hoe fijn is dat.

PS. Even voor mijn vrienden: als jullie langs komen, gaan Art en ik heus nog wel als een tornado door het huis. Op onze manier dan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten