Pagina's

zaterdag 30 januari 2016

Kattenkarakter

Ik heb altijd katten om me heen gehad. Vooral dankzij mijn vader. Het oude kraakpand waar hij na mijn geboorte niet meer woonde maar nog wel vaak kwam, noemde ik altijd het poezenhuis. Het AKU, zoals het pand heette en nog heet, vond ik als drie jarige moeilijk te onthouden. Zo abstract. Bovendien, mijn naam paste beter: iedere bewoner had daar een poes. 
In het dorp met bos en huis met tuin waar we later gingen wonen kregen we Bartleomeus Fela Cuticuticuti, kortweg Bart. En toen hij stierf kwam Max uit het asiel; een acht kilo wegende kater-tank die inmiddels bijna twintig jaar is.
Het verbaasde me altijd dat mijn vader hele levensverhalen over zijn katten en de katten van buren kon vertellen. Bart had bijvoorbeeld neusjes-verkering met de buurpoes Roosje (neusjes-verkering is voor jeweetwelkaters). Roosje was zwaarmoedig en beledigd toen Bart overleed en vervangen werd door Max, die meer in katers geïnteresseerd was dan in poezen.
Nou heeft mijn vader een nogal rijke fantasie, dus verdacht ik hem ervan het allemaal bij elkaar te verzinnen. Bovendien, de poezen op de boerderij van mijn moeder hadden niet zo'n uitgesproken karakter. Die waren wel eens chagrijnig, of 'veel buiten'. Anderen zaten 'meer op schoot'. Dat was het Maar nu ik zelf twee katten heb, blijkt dat ze wel degelijk een individueel karakter hebben.

Mao, onze grijs-wit-koe-gevlekte kater, is een prinsje dat nogal gesteld is op zijn privileges. Hij zit altijd hoog en slaapt midden op de bank (terwijl zijn zus Luna haar nestje onder de bank heeft). Het huis is zijn domein en dingen gebeuren op zijn voorwaarden. Hij knuffelt alleen als het hem goeddunkt, maar dan wel met volle overgave.
Ook waarborgt hij de goede manieren van de mensen en moedigt hen aan als ze zichzelf verzorgen. Hij spint en geeft kopjes als wij douchen of ons aankleden en elke avond klimt hij knorrend op schoot tijdens het flos- en stokerkwartiertje. Zijn lievelingsklimtoestel is het wasrek.

Wat betreft dat klimmen is hij niet bepaald een held. Hij heeft lef, maar is ook vrij onhandig. Hij dondert regelmatig van objecten (wasmanden, prullenbakken, verwarmingen) af. Om deze onhandigheid te kunnen combineren met zijn avontuurlijke aard, zet hij voor de zekerheid overal zijn kauwen in, ook als het klimtoestel een mens is.
Bij nieuwe gasten kijkt hij de kat uit de boom tot de gasten met het Rode Dekentje op de bank kruipen. Dan komt Mao, communist die hij is, op schoot en wind elke gast om zijn vinger door beslag te leggen op diens bewegingen met zijn uitgestrekte poot. Hij doet, kortom, zijn naam eer aan: alles is van iedereen en vooral van Mao.


Mao's zus is de witte Luna en zij is overduidelijk de slimste van het stel. Ze kan beter en eleganter klimmen, beter jagen, en sneller achter de pluimstok aan. Met zoveel talent hoeft ze zich minder te bewijzen dan haar broer. Ze hoeft geen gewaagde klimtoeren uit te halen en waar Mao er niet van houdt opgepakt te worden, laat Luna zich alles door de mensen aanleunen (tot en met Arts puppet-drumshow).
Haar slimheid uit zich tevens in een beter ontwikkeld verbaal vermogen. Mao laat alleen van zich horen als hij een stuk eten te pakken heeft (grommen) en tijdens onze mensen-wasbeurten (knor en binnensbeks gemauw). Luna daarentegen commandeert de hele dag door. Nu-opstaan zeur-mauw, lekker-eten schreeuw-mauw, nu-moet-Art-ook-maar-eens-opstaan jammer-mauw, hoezo-mogen-wij-niet-mee-douchen beledigde-mauw en de nu-wil-ik-een-andere-kamer-beschouwen dram-mauw. Naast deze opdrachten levert ze gepassioneerd commentaar op de katten-tv (het raam) waar ze het nog vliegende kattenvoedsel (de vogels) mekkerend naar zich toe lokt.

En natuurlijk zijn rondom de maaltijden karakter-specifieke de rituelen te ontwaren. Mao is een doorzetter als het gaat om mensenvoedsel ontfutselen van het aanrecht, uit een tas of van een bord. Hij weet best dat het niet mag, al vermoed ik dat hij vindt dat het hem gewoon toebehoort.
Ook moet Mao het bakje hebben met de meest verse brokjes, ook al zijn de op een na verste brokken drie seconden geleden opgediend.
Het maakt Luna niet uit. Ze houdt toch niet van brokken. Liever heeft ze blik en mensenontbijt. Volgens mij leeft zij, in navolging van haar oma, met het motto: liever weinig l├ękker eten dan dik worden van matig eten. Ze heeft namelijk een passion for (katten)fashion: de vacht. Die meid likt het hele huishouden (broer, Art en zichzelf; ik sta het niet toe, anders zou ze mij ook zeker te pakken nemen) en houdt niet op tot ieders vacht/baard weer goed zit. 


Beide katten vinden het het fijnst als Art en ik na een dag afwezigheid op dezelfde bank ploffen en rustig met elkaar de dag doornemen. Op die momenten komen de beesten spinnend tussen ons in zitten en zijn we met z'n alle een gelukkig gezinnetje. Het is wellicht het toppunt van burgerlijkheid, je dagen slijten met het observeren van je katten, maar ook ontzettend fijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten