Pagina's

zondag 17 januari 2016

Verkeersrangorde

'Hoe vind je het in Utrecht?,' wordt mij sinds ik uit Amsterdam naar Utrecht ben verhuisd vaak gevraagd. Meestal komt de vraag van Utrechters. Ze vragen me eigenlijk hoe ik hun stad vind, terwijl ze me aankijken alsof de stad een kunstwerk is dat zijzelf vervaardigd hebben en niet bepaald met Amsterdam als voorbeeldstad.
Antwoorden vind ik moeilijk. Wat kan je überhaupt van een stad vinden? Misschien zijn de omgangvormen in het verkeer wel een goede graadmeter. (zie hier een minicollege hierover door een topdocent). 

In Amsterdam is fietsen levensgevaarlijk. Het stikt er van de toeristen die zich letterlijk volledig aan de stad overgeven. Zo stoned als een garnaal gaan ze dus op huurfietsen de stad door. Alle niet-toeristen op de fiets zijn Amsterdammers en ergeren zich kapot aan dit 'Amsterdam-muts’-dragende volk. De niet-toeristen gebruiken de fiets namelijk om zich te verplaatsen van de ene kant naar de andere kant van de stad. Wat meer dan vijf kilometer is en dus in enig tempo afgelegd moet worden.
Verder in het verkeer zijn daar de taxi's, die nergens om geven behalve hun uurloon. En de trams met hun bel en eigen trambanen, waar je als fietser ver van moet blijven. Als je geluk hebt zal je eens in je leven de tram-omroeper horen. Trampersoneel zijn columnisten pur sang en kunnen als ze het nodig achten op zeer gepaste wijzen de bedoeling van hun bel beargumenteren middels de luidsprekers.
Tenslotte zijn er nog een paar verdwaalde voetgangers die bij elke stap moeten uitkijken of ze niet per ongeluk op het fietspad stappen. Het zijn toeristen die wél begrijpen dat het niet handig is om op een fiets te stappen als je niet kunt fietsen. Daar zij klaarblijkelijk goed voor zichzelf kunnen zorgen, hoef ik mijn snelheid niet voor hen aan te passen, denkt elke andere verkeersdeelnemer.
De verkeersrangorde in de hoofdstad is dus heel duidelijk: taxi's (want geen hart), trams (want hardste bel), Amsterdamse fietsers (want hun stad), toeristen-fietsers (want te gast, maar gevaarlijk), voetgangers (want niet gevaarlijk, noch Amsterdams)[1].

In een van mijn eerste weken in Utrecht fietste ik dus over nota bene de Amsterdamsestraatweg, toen er een jongen vlak voor mij langs het fietspad overstak. Ik reageerde zoals ik het gewend was: beledigd en agressief bellen[2]. Terwijl ik een vette 'RING RING' verwachte uit mijn bel, hoorde ik slechts een verlegen 'ping..?'.
Mijn vader heeft die bel op mijn fiets gezet en mijn vader is een Utrechter. Toen ik ter compensatie en naar goed Amsterdams gebruik de jongen de huid vol begon te schelden, kreeg ik tot mijn stomme verbazing van deze voetganger lik op stuk! Hij maakte mij in vloeiend Utrechts duidelijk dat hij bepaald niet per ongeluk mijn fietspad kruiste, en dat het niet míjnn fietspad was alleen maar omdat ik toevallig op de fiets zat en hij niet.
Toen ik niet veel later op een rotonde fietste en van een personenauto op mijn linker been een kusje kreeg, mepte ik uit reflex met de vlakke hand een bijna-deuk in zijn motorkap. In plaats van de verwachte 'Oh! Het spijt me dat ik u geen voorrang gaf, almachtige fietser'-reactie, draaide de bestuurder zijn raampje open en begon mij op on-didactische wijze de les te lezen over zichtbaarheid in het verkeer: ik had geen werkend licht. Met stoom uit mijn oren fietste ik verder, naar mijn vader, die diezelfde avond nog licht op mijn fiets zette. Niet omdat ik er om vroeg of over het voorval had verteld, na vijfhonderd meter was ik het al weer vergeten, maar omdat het 'weer donker begon te worden'.

Kortom, Utrecht is een stad met mensen die na een leven in de provincie toe zijn aan een wat drukkere stad, maar wel een die ze zich eigen kunnen maken. Amsterdam daarentegen is een stad voor mensen die zichzelf te bijzonder vinden voor alle andere woonplaatsen in Nederland. Het is dus nogal een cultuurshock als je die 'excentrieke' Amsterdammer laat rondfietsen in een stad waar mensen verwachten dat je je gewoon aan de landelijke verkeersregels houdt. Hoe vind ik Utrecht? Het verwelkomt me zonder dat ik bizar hoeft te zijn en dat is wennen.



ps. Volg SchrijfSterre via Facebook en Twitter



[1] Ik ben de scooters niet vergeten. Daar wil ik het gewoon niet over hebben. Rotdingen.
[2] 'Als ik een keer bel dan ben jij een lekker ding ' kán dus niet geschreven zijn door een Amsterdammer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten