Pagina's

zondag 5 juni 2016

Het sociaal domein, dat spreekt toch voor zich?

Mijn werk speelt zich af in het Sociaal Domein. Toen ik aan dit werk begon wist ik niet wat het Sociaal Domein precies was, dus schaamt u zich vooral niet als u dat ook niet weet. Afgelopen jaar ben ik er bekend mee geworden. En ik kan u vertellen, het is een fascinerende, sibillijnse heerlijkheid, die zelfs voor ingewijden zijn mystiek nooit geheel verliest. Toch wil ik u graag een inkijkje geven in het reilen en zeilen van dit rijk, en nadrukkelijk op de taal die men aldaar gebruikt om zich uit te drukken.

Het Sociaal Domein is een land van werkenden die zichzelf 'sociale professional' noemen, soms 'sociaal professional'. Er zijn talloze aftakkingen van deze beroepsgroep, waaronder sociaal werker, maatschappelijk werker, opbouwwerker, kwartier maker, en doelgroep werkers zoals ouderen werker en jongeren werkers. Maar voor nu houd ik het even algemeen op de 'sociaal professionals'.
Kenmerkend is dat de sociaal professionals niet betaald worden door wat zij hun 'klanten' noemen (voorheen 'cliƫnten', maar daar zijn de meesten nu mee gestopt), maar direct of indirect door de overheid. Soms aangevuld door ziektekostenverzekeraars of mensen uit het netwerk van de klanten, denk aan eega's of ouders.
Het duurde even voor ik door had hoe het werk van de sociaal professionals het beste te begrijpen. Volgens mijn collega's is dat ook een hardnekkig probleem binnen de sector: dat de sociaal professionals (in het algemeen!) niet zo goed kunnen uitleggen wat hun werk precies inhoudt tegenover mensen die niet volledig zijn ingewijd in het domein. Met als gevolg een gebrek aan legitimiteit voor het werk.
Na een jaar werken in dit domein, heb ik een donkerbruin vermoeden wat hun werkzaamheden zijn. Ik heb er het nodige over gelezen en ik ben afgedaald vanuit de ivoren toren der boekenwijsheid en heb me in de praktijk (onder sociaal professionals omschreven als 'met je laarzen in de modder') begeven. Aldaar heb ik een aantal van hen persoonlijk mogen ontmoeten en gezien hoe het 'helpen' in zijn werk gaat.

De sociaal professional helpt zijn klanten met het verbeteren van het welzijn. Welzijn is een soort van niet-medische gezondheid. Veel sociale professionals zullen zeggen dat ze niet helpen, maar dat ze 'faciliteren' of 'ondersteunen'. Sommige sociale professionals vinden zelfs dat nog te paternalistisch en spreken liever van het 'naast de klant staan'. De klant wordt overigens soms systeem genoemd, wanneer het een gezin of ander soortige samenstelling van mensen betreft.
Dit doen ze door huisbezoeken, ofwel 'keukentafelgesprekken'. In dit soort gesprekken proberen ze, op een 'laagdrempelige' manier, de 'vraag-achter-de-vraag' te achterhalen. Dat kan natuurlijk alleen door middel van het vertrouwen van de klant. Gezien de geschiedenis van deze 'systemen' is 'nader tot hen komen' op zich al een hele klus. Het is veel klanten overkomen dat ze na een paar gesprekken met een sociaal professional weer werden 'losgelaten', terwijl ze nog steeds geen steek verder waren gekomen. Of nog erger, dat de hulpverlener gelijk begon met het overnemen van het probleem, het oplossen, terwijl ze eigenlijk nog geen idee hadden van wat het probleem eigenlijk was. Die vraag-achter-de-vraag achterhalen is dus cruciaal.
Middels het informatie verstrekking en advies kunnen de meeste problemen 'uit het problematische worden gehaald' en geworden 'genormaliseerd'. In zin geval is 'opschalen naar specialistische hulp'  niet nodig en hoeft het ook allemaal niet gemedicaliseerd te worden. Eenmaal daar is het nog slechts een kwestie van de klant 'in zijn kracht zetten' en 'het netwerk betrekken'. 
Maar! Te allen tijde moet de sociaal professional in het achterhoofd houden: het netwerk is allang betrokken bij de klant als het slecht met hem of haar gaat. Bovendien blijft het netwerk in het leven van de klant, terwijl de hulpverlener slechts een 'passant' is. 
In de 'eigen kracht conferenties' neemt de klant zelf de regie en maakt een 'haalbaar, helpend plan'. Daarna is het voor de professional een kwestie van 'loslaten'. Sociaal professionals moeten niet 'zorgen voor de klant, maar zorgen dat de klant' 'zelfredzaam' wordt. Alleen dan schept de sociaal professional ruimte om zich voldoende te kunnen richten op 'preventief werken'.

Zo teruglezend kan ik niet anders dan denken: dat is allemaal toch heel concreet?


Geen opmerkingen:

Een reactie posten